Stedin geeft groot deel Rotterdamse woningbouwprojecten zekerheid over stroomaansluiting

Rotterdam.nl • 15 oktober 2026

De woningbouw in Rotterdam kan de komende jaren voor een groot deel doorgaan dankzij een besluit van netbeheerder Stedin. Het overgrote merendeel van de woningbouwprojecten die vóór 1 april 2029 van start gaan, krijgt een stroomaansluiting. Dat is belangrijk nu netcongestie, waarbij de vraag naar elektriciteit groter is dan de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet, steeds vaker de ontwikkeling van nieuwe projecten belemmert.


Stedin heeft het college van burgemeester en wethouders over de uitkomst geïnformeerd. Wethouders Chantal Zeegers (Bouwen en Mobiliteit) en Sabine Biesheuvel (Klimaat, Circulair en Buitenruimte) hebben de gemeenteraad hierover een brief gestuurd. Volgens Zeegers biedt het besluit ruimte om de Rotterdamse woningbouwambities verder uit te voeren. De gemeente wil in vier jaar tijd 15.000 woningen realiseren, waaronder 4.500 sociale huurwoningen en 5.500 woningen in het middensegment. Daarmee moet het woningaanbod toegankelijker worden voor verschillende groepen woningzoekenden.



Landelijke regeling maakt aansluitingen mogelijk


De uitkomst volgt uit de beoordeling van de landelijke regeling ‘onder handen werk’ (OHW) door Stedin. Deze regeling is bedoeld voor woningbouwprojecten die al ver zijn voorbereid, maar waarvoor een aansluiting op het elektriciteitsnet door netcongestie niet vanzelfsprekend is. Onder bepaalde voorwaarden kunnen deze projecten alsnog capaciteit toegewezen krijgen, zodat de bouw niet onnodig hoeft te worden uitgesteld.


Een belangrijke voorwaarde is dat de bouwwerkzaamheden aantoonbaar vóór 1 april 2029 beginnen. Gemeenten en projectontwikkelaars zijn verantwoordelijk voor het aanmelden van projecten. De regeling richt zich daarmee op woningbouw die voldoende concreet is voorbereid en binnen de gestelde termijn kan starten. Voor Rotterdam betekent de beoordeling dat het merendeel van de betreffende projecten uitzicht heeft op een stroomaansluiting.



Grote woningbouwlocaties kunnen verder


De beschikbare aansluitcapaciteit biedt perspectief voor verschillende grote gebiedsontwikkelingen in Rotterdam. Projecten in de Rijnhaven, Merwe-Vierhavens (M4H) en de eerste ontwikkelingen aan de Oostflank kunnen hierdoor verder worden voorbereid en uitgevoerd zonder dat een aansluiting op het elektriciteitsnet automatisch een blokkade vormt.


De uitkomst is van belang omdat nieuwe woningen niet alleen bouwkundige werkzaamheden vereisen, maar ook een betrouwbare elektriciteitsvoorziening nodig hebben. Door de aansluiting voor een groot deel van de woningbouwprojecten mogelijk te maken, ontstaat meer zekerheid over de voortgang. Dat ondersteunt de ambitie om de komende jaren duizenden woningen te realiseren, ondanks de beperkingen op het elektriciteitsnet.



Netcongestie blijft een knelpunt voor andere voorzieningen


Hoewel de regeling de woningbouw vooruithelpt, is het probleem van netcongestie in Rotterdam niet opgelost. De beschikbare capaciteit via de OHW-regeling is bedoeld voor woningen. Commerciële voorzieningen binnen dezelfde gebiedsontwikkelingen, zoals winkels en horeca, vallen niet automatisch onder deze regeling en kunnen daardoor met aansluitproblemen blijven kampen.


Ook andere voorzieningen die samenhangen met de groei van de stad hebben elektriciteit nodig. Denk aan scholen, laadpalen voor elektrische auto's en het openbaar vervoer. Daardoor kan een woningbouwproject wel doorgaan, terwijl onderdelen van de omliggende infrastructuur of voorzieningen nog afhankelijk zijn van beschikbare netcapaciteit. De verdeling van schaarse capaciteit blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt bij de verdere ontwikkeling van Rotterdam.



Rotterdam werkt aan beter gebruik van het elektriciteitsnet


Via de Rotterdamse Aanpak Netcongestie werkt de gemeente samen met Stedin, het Rijk, bedrijven, instellingen en bewoners aan oplossingen. Het doel is om de beschikbare elektriciteitscapaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten en tegelijkertijd ruimte te houden voor nieuwe ontwikkelingen in de stad.


De komende maanden onderzoekt Stedin hoeveel capaciteit na de beoordeling van de woningbouwprojecten beschikbaar blijft voor andere projecten op de wachtlijst. Daarbij wordt ook gekeken naar de gevolgen voor woningbouwontwikkelingen die afhankelijk zijn van een commerciële plint: de begane grond van een gebouw waar bijvoorbeeld winkels of andere voorzieningen zijn gevestigd.




Verdere duidelijkheid volgt in 2027


De gevolgen van de OHW-regeling voor andere projecten zijn nog niet volledig duidelijk. Vooral bij gebiedsontwikkelingen waar woningen en commerciële voorzieningen nauw met elkaar samenhangen, moet blijken in hoeverre de beschikbare stroomcapaciteit voldoende is om het complete plan uit te voeren.


Begin 2027 volgt een uitgebreidere analyse van de resterende capaciteit en de gevolgen voor projecten op de wachtlijst. Tot die tijd biedt het besluit van Stedin vooral zekerheid voor een groot deel van de Rotterdamse woningbouw. De bredere uitdaging blijft om voldoende elektriciteitscapaciteit beschikbaar te krijgen voor zowel woningen als de voorzieningen en infrastructuur die nodig zijn om de stad verder te ontwikkelen.

door blenheim.nl • 15 oktober 2026
Sinds zondag hebben Albert Heijn, Etos en Gall & Gall te maken met een IT-incident. Websites, apps en klantenservices zijn tijdelijk niet beschikbaar en online bestelde boodschappen kunnen niet worden bezorgd. De winkels blijven wel open, maar een belangrijk deel van de dienstverlening ligt stil. De financiële gevolgen
door Allianz-trade.nl • 15 oktober 2026
Europese maatregelen om de eigen auto- en batterij-industrie te beschermen, kunnen elektrische auto’s ongeveer € 2.000 duurder maken. Dat blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade. Volgens de onderzoekers dreigt Europa hiermee de concurrentiepositie van zijn autofabrikanten juist te verzwakken.
door Knab.nl • 14 oktober 2026
De voorgestelde Zelfstandigenwet zorgt voor verdeeldheid onder zzp’ers. Hoewel de wet meer duidelijkheid moet bieden over de beoordeling van zelfstandigheid, vrezen veel ondernemers dat zij hierdoor juist opdrachten mislopen. Uit een peiling van Knab onder 1.068 zzp’ers blijkt dat 53% tegen het wetsvoorstel zou stemmen
door Degelijkedeuren.nl • 14 oktober 2026
Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om klussen in huis zelf uit te voeren in plaats van een vakman in te schakelen. Ruim driekwart vindt vakmensen inmiddels te duur en een op de vier stelt werkzaamheden uit omdat er geen vakman beschikbaar is. Tegelijkertijd maken digitale hulpmiddelen het makkelijker om zelf aan
door cgi.com • 14 oktober 2026
De cyberincidenten bij Carrefour en Albert Heijn laten zien hoe groot de gevolgen van digitale verstoringen voor distributieketens kunnen zijn. Supermarkten en hun leveranciers hebben hun processen de afgelopen jaren steeds efficiënter ingericht. Daarbij zijn ze in toenemende mate afhankelijk geworden van goed
door Vlaanderen.be • 2 oktober 2026
De Vlaamse Regering wijzigt verschillende milieubesluiten naar aanleiding van nieuwe Europese regelgeving over industriële emissies, afvalstoffen en milieugegevens. De wijzigingen zijn voorgesteld door Vlaams minister Jo Brouns en zijn definitief vastgesteld na advies van de Raad van State.
door Ing.nl • 2 oktober 2026
De problemen bij verschillende prefab- en modulebouwers zorgen opnieuw voor discussie over de toekomst van industriële woningbouw. Toch betekent het wegvallen of in zwaar weer komen van enkele woningfabrieken niet automatisch dat het concept van fabrieksmatig bouwen niet werkt. Nu Nederland nog altijd met een
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Vanaf 1 januari 2027 verandert er veel voor huishoudens met zonnepanelen. De salderingsregeling stopt dan volledig. Tot en met 2026 kunnen huishoudens de elektriciteit die zij terugleveren aan het net nog wegstrepen tegen de stroom die zij op andere momenten gebruiken. Vanaf 2027 is dat niet meer mogelijk. Voor teruggeleverde stroom krijgen huishoudens wel een vergoeding van hun energieleverancier. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt de vraag steeds belangrijker of zonnepanelen financieel nog interessant zijn. De aanschafkosten van zonnepanelen zijn de afgelopen jaren gedaald, maar ook de financiële opbrengst van teruggeleverde stroom verandert. Vooral het moment waarop de opgewekte stroom wordt gebruikt, krijgt daardoor meer invloed op het rendement van een zonnepaneelinstallatie. Wat verandert er vanaf 2027? Vanaf 1 januari 2027 mag opgewekte zonnestroom niet meer worden weggestreept tegen het eigen elektriciteitsverbruik. Een huishouden dat overdag veel elektriciteit teruglevert en 's avonds stroom van het net gebruikt, kan die hoeveelheden dus niet meer tegen elkaar wegstrepen. Voor alle elektriciteit die wordt teruggeleverd, ontvangt de eigenaar wel een vergoeding van de energieleverancier. Tot 2030 moet die terugleververgoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Het gaat hierbij om het tarief zonder belastingen. Energieleveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten in rekening brengen. De hoogte daarvan verschilt per leverancier en contract. Waarom worden zonnepanelen minder snel terugverdiend? Het belangrijkste financiële voordeel van zonnepanelen ontstaat wanneer de opgewekte stroom direct in de woning wordt gebruikt. Die elektriciteit hoeft dan niet van het elektriciteitsnet te worden gekocht. Bij het terugleveren aan het net is de vergoeding vanaf 2027 aanzienlijk lager dan de prijs die een huishouden betaalt voor elektriciteit die het van het net afneemt. Volgens Milieu Centraal gebruiken huishoudens gemiddeld ongeveer 30 procent van hun opgewekte zonnestroom direct zelf. De rest wordt teruggeleverd. Wanneer de salderingsregeling verdwijnt, wordt het daarom financieel interessanter om het eigen verbruik te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan het overdag laten draaien van een wasmachine of vaatwasser wanneer de zonnepanelen elektriciteit produceren. Zijn zonnepanelen in 2027 nog rendabel? Zonnepanelen kunnen ook na het verdwijnen van de salderingsregeling financieel voordeel opleveren. De installatie produceert jarenlang elektriciteit die anders van het net zou moeten worden gekocht. Daarnaast zijn zonnepanelen de afgelopen jaren goedkoper geworden. Milieu Centraal rekent met een levensduur van ongeveer 25 jaar en stelt dat zonnepanelen ook zonder salderen binnen die levensduur kunnen worden terugverdiend. De terugverdientijd wordt wel langer dan in de periode waarin volledig kon worden gesaldeerd. De Consumentenbond berekende bijvoorbeeld voor een specifieke installatie van tien zonnepanelen een terugverdientijd van ongeveer 9,3 jaar onder de omstandigheden van het voorbeeld. Na het stoppen van salderen kwam dezelfde berekening uit op ongeveer 16,8 jaar. Dit is geen vaste terugverdientijd voor iedere woning, maar laat wel zien hoe groot het effect van de regeling kan zijn. Hoeveel leveren zonnepanelen vanaf 2027 op? De opbrengst hangt af van het aantal panelen, het vermogen per paneel, de ligging van het dak en de hoeveelheid elektriciteit die een huishouden zelf gebruikt. Milieu Centraal geeft als voorbeeld dat een installatie met tien zonnepanelen van 435 Wp ongeveer 3.800 kWh per jaar kan opwekken. Voor een installatie met tien panelen worden aanschafkosten van ongeveer €3.800 genoemd. Vanaf 2027 bestaat de financiële opbrengst uit twee onderdelen. Een deel van de opgewekte stroom wordt direct in huis gebruikt, waardoor geen elektriciteit hoeft te worden ingekocht. Het andere deel wordt teruggeleverd aan het net en levert een terugleververgoeding op. Terugleverkosten kunnen dat voordeel vervolgens weer gedeeltelijk verminderen. Zelf zonnestroom gebruiken wordt belangrijker Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het steeds belangrijker om elektriciteit te gebruiken op het moment dat de zonnepanelen produceren. Wie overdag thuis veel elektriciteit gebruikt, kan daardoor een groter deel van de opgewekte energie direct benutten. Dit verlaagt de hoeveelheid stroom die aan het net wordt teruggeleverd. Huishoudens kunnen hun verbruik daarom aanpassen aan de momenten waarop de zonnepanelen veel elektriciteit produceren. Een wasmachine, vaatwasser of elektrische auto kan bijvoorbeeld overdag worden gebruikt of opgeladen. Ook slimme apparaten kunnen helpen om het energieverbruik beter af te stemmen op de productie van de zonnepanelen. Wat zijn terugleverkosten? Terugleverkosten zijn kosten die energieleveranciers in rekening kunnen brengen voor elektriciteit die een huishouden met zonnepanelen teruglevert aan het net. De manier waarop deze kosten worden berekend verschilt per leverancier. Sommige leveranciers werken bijvoorbeeld met een bedrag per teruggeleverde kWh, terwijl andere werken met vaste bedragen of verschillende terugleverschalen. Vanaf 2027 wordt het belangrijker om bij het kiezen van een energiecontract naar het volledige plaatje te kijken. Niet alleen de terugleververgoeding is van belang, maar ook de terugleverkosten en het normale leveringstarief. Een hogere vergoeding voor teruggeleverde stroom betekent namelijk niet automatisch dat een contract financieel voordeliger is. Heeft een thuisbatterij dan meer zin? Een thuisbatterij kan een deel van de opgewekte zonnestroom opslaan voor gebruik op een later moment. Daarmee kan een huishouden proberen het eigen verbruik te verhogen. Dit kan vanaf 2027 interessanter worden omdat direct zelf gebruiken financieel aantrekkelijker is dan terugleveren. Een thuisbatterij is echter niet automatisch een rendabele oplossing. De aanschafprijs is relatief hoog en ook een batterij heeft verliezen en een beperkte levensduur. Of een batterij financieel interessant is, hangt daarom af van het energieverbruik, de zonnepanelen, de batterijcapaciteit en het energiecontract. Hoe lang gaan zonnepanelen mee? Een belangrijke factor bij het rendement is de levensduur van de installatie. Zonnepanelen kunnen ongeveer 25 jaar meegaan. Daardoor hoeft de investering niet binnen een paar jaar te zijn terugverdiend om gedurende de volledige levensduur financieel voordeel op te leveren. Wel kan er gedurende die periode onderhoud of vervanging nodig zijn. Een omvormer heeft bijvoorbeeld doorgaans een kortere levensduur dan zonnepanelen zelf. Bij het berekenen van het rendement moet daarom niet alleen naar de aanschafprijs van de panelen worden gekeken, maar ook naar mogelijke kosten gedurende de levensduur van de installatie. Is het in 2027 nog verstandig om zonnepanelen te kopen? Het verdwijnen van de salderingsregeling verandert de financiële berekening, maar maakt zonnepanelen niet automatisch onrendabel. De lagere aanschafprijzen van zonnepanelen en het voordeel van zelf opgewekte elektriciteit blijven belangrijke factoren. Hoe hoger het aandeel zonnestroom dat direct in de woning wordt gebruikt, hoe groter het financiële voordeel per opgewekte kWh. Voor een nieuwe installatie is het daarom vooral belangrijk om niet alleen naar de jaarlijkse productie te kijken. Ook het eigen elektriciteitsverbruik, de ligging van het dak, het energiecontract en de hoeveelheid stroom die direct kan worden gebruikt spelen een rol. Een installatie die goed aansluit bij het verbruik van een woning kan daardoor een andere terugverdientijd hebben dan een vergelijkbare installatie bij een ander huishouden. Wat betekent dit voor bestaande zonnepanelen? Voor huishoudens die al zonnepanelen hebben, verandert de manier waarop de investering financieel voordeel oplevert vanaf 2027. De panelen blijven gewoon elektriciteit produceren, maar teruggeleverde stroom kan niet meer worden gesaldeerd. Het verhogen van het eigen verbruik wordt daardoor belangrijker. Bestaande zonnepaneeleigenaren kunnen daarom kijken naar hun energieverbruik gedurende de dag. Door apparaten zoveel mogelijk te gebruiken wanneer de zonnepanelen produceren, kan meer opgewekte elektriciteit direct worden benut. Daarmee wordt het financiële effect van het einde van de salderingsregeling gedeeltelijk opgevangen. Conclusie Zonnepanelen blijven in 2027 financieel interessant, maar de terugverdientijd wordt over het algemeen langer doordat de salderingsregeling stopt. De eigenaar krijgt nog wel een vergoeding voor teruggeleverde stroom, maar die ligt aanzienlijk lager dan het volledige tarief dat voor afgenomen elektriciteit wordt betaald. Daarnaast kunnen energieleveranciers terugleverkosten rekenen.  Het eigen verbruik wordt daardoor de belangrijkste factor. Wie meer van de opgewekte elektriciteit direct gebruikt, haalt meer financieel voordeel uit de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben bovendien een levensduur van ongeveer 25 jaar, waardoor ook na 2027 nog jarenlang voordeel uit de installatie kan worden gehaald. De precieze terugverdientijd blijft afhankelijk van de aanschafprijs, het energieverbruik, de energieprijzen en de hoeveelheid zonnestroom die wordt teruggeleverd.
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt meestal gekoppeld aan zonnepanelen. De batterij slaat dan overtollige zonnestroom op, zodat die op een later moment in huis kan worden gebruikt. Maar zonnepanelen zijn niet noodzakelijk om een thuisbatterij te gebruiken. Sommige systemen kunnen rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt steeds vaker genoemd als manier om meer zelf opgewekte zonne-energie te gebruiken. Vooral voor huishoudens met zonnepanelen kan een batterij interessant zijn. Overdag leveren zonnepanelen vaak meer elektriciteit dan op dat moment wordt gebruikt. Een thuisbatterij kan die stroom tijdelijk opslaan
Meer posts

Ontvang gratis het laatste nieuws

Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!