Europese elektrische auto dreigt duizenden euro’s duurder te worden

Allianz-trade.nl • 15 oktober 2026

Europese maatregelen om de eigen auto- en batterij-industrie te beschermen, kunnen elektrische auto’s ongeveer € 2.000 duurder maken. Dat blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade. Volgens de onderzoekers dreigt Europa hiermee de concurrentiepositie van zijn autofabrikanten juist te verzwakken. In plaats van de volledige productieketen zelf op te bouwen, kan Europa beter samenwerken met Aziatische batterijproducenten en investeren in technologieën waarmee het zich kan onderscheiden.


Duitsland en Frankrijk pleitten op 7 oktober voor een verdere versoepeling van de Europese CO₂-doelen voor auto’s, gekoppeld aan eisen om batterijen in Europa te produceren. Tegelijkertijd trekt de Europese Unie € 1,5 miljard uit om de Europese batterijproductie te stimuleren. Volgens Allianz Trade kunnen deze maatregelen elkaar tegenwerken. Minder strenge emissiedoelen kunnen de verkoop van elektrische auto’s afremmen, terwijl Europese batterijfabrikanten juist grotere productievolumes nodig hebben om hun kosten te verlagen.


“Het klinkt logisch om te zeggen: laten we onze elektrische auto’s en batterijen zoveel mogelijk zelf maken. Maar als dat de auto duizenden euro’s duurder maakt, verslechter je juist de concurrentiepositie van Europese fabrikanten”, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade. Europa moet volgens hem zijn industrie versterken zonder elektrische auto’s te duur te maken voor de markt.



Elektrische auto’s halen benzineauto’s in


De waarschuwing komt op een moment waarop elektrisch rijden in Europa snel terrein wint. Tot en met augustus 2026 steeg de verkoop van volledig elektrische auto’s met bijna 45%. Elektrische modellen waren daarmee goed voor 22% van de Europese automarkt, hetzelfde aandeel als benzineauto’s. Van iedere 100 nieuw geregistreerde auto’s in Europa reden er 22 volledig elektrisch en 22 op benzine. De overige auto’s waren hybrides en diesels.


De verschillen tussen Europese landen blijven groot. Nederland loopt voorop: in de eerste acht maanden van 2026 was 39% van de nieuw geregistreerde auto’s volledig elektrisch, tegenover gemiddeld 22% in de Europese Unie. In augustus was in Nederland zelfs bijna de helft van alle nieuw geregistreerde auto’s volledig elektrisch. Ook Frankrijk en Duitsland maken een snelle omslag, terwijl Italië en Spanje achterblijven.


De groei van elektrisch rijden maakt de concurrentie om batterijtechnologie steeds belangrijker. Batterijen vertegenwoordigen inmiddels 30 tot 35% van de totale waarde van een elektrische auto. Volgens Allianz Trade speelt de mogelijkheid om batterijen betrouwbaar en tegen concurrerende kosten te produceren daarom een belangrijke rol bij het bepalen van de winnaars in de auto-industrie in de komende tien jaar.



Waarde van Europese auto-industrie staat onder druk


De uitdaging voor Europa gaat verder dan de productiekosten. Door de overgang naar elektrisch rijden verschuift ook de verdeling van de waarde binnen een auto. Bij traditionele auto’s waren de motor en het onderstel goed voor 35 tot 45% van de totale waarde. Bij elektrische auto’s komt inmiddels 50 tot 60% van de waarde uit de batterij en software. Op deze gebieden hebben Aziatische en Amerikaanse technologiebedrijven een sterke positie.


“Daar zit de grootste uitdaging voor de Europese auto-industrie”, zegt Geeroms. Europa heeft zijn positie opgebouwd met motoren, onderstellen en mechanische techniek. Bij elektrische auto’s verschuift een groot deel van de waarde echter naar batterijen, chips en software. Azië en de Verenigde Staten hebben op die gebieden een voorsprong. Daardoor kunnen Europese fabrieken nog steeds grote aantallen auto’s produceren, terwijl een steeds groter deel van de opbrengst uit de belangrijkste technologie naar het buitenland gaat. Volgens Geeroms is alleen meer produceren in Europa daarom niet voldoende.


De gevolgen zijn al zichtbaar bij de grote Duitse autofabrikanten. Hun toegevoegde waarde per verkochte auto in Europa lag in de eerste helft van 2026 ongeveer 30 tot 45% lager dan in 2021 en 2022. In China bleef de daling beperkt tot minder dan 20%. Tegelijkertijd verloren de Duitse fabrikanten sinds 2021 ongeveer 10 procentpunt marktaandeel in Europa en 7 procentpunt in China.


Als zij tot 2030 in beide markten nog eens 3 procentpunt marktaandeel verliezen, kan volgens Allianz Trade ongeveer € 3 miljard aan toegevoegde waarde verdwijnen. Dat bedrag staat gelijk aan circa 4% van hun jaarlijkse EBITDA op basis van 2026.



Chinese automerken vergroten hun marktaandeel in Europa


Chinese autofabrikanten profiteren van de veranderingen op de automarkt. Hun aandeel in Europa steeg van ongeveer 2% naar bijna 10% medio 2026. Voor het eerst verkochten Chinese merken meer dan één miljoen auto’s in Europa. Europese importheffingen van maximaal 35% hebben deze groei volgens Allianz Trade nauwelijks afgeremd.


Chinese fabrikanten spelen onder meer in op de markt met hybrides en plug-inhybrides. Daarnaast combineren zij geavanceerde technologie met prijzen en ontwerpen die aantrekkelijk zijn voor Europese consumenten.


Ook de handel tussen Europa en China is veranderd. Europa had eerder een handelsoverschot van bijna € 20 miljard in auto’s met China, maar dat is inmiddels omgeslagen in een tekort. De Europese auto-export naar China halveerde in twee jaar tijd. Tegelijkertijd verdubbelde de Chinese export van elektrische en hybride auto’s naar Europa in de eerste helft van 2026 tot USD 14,2 miljard.



Europese batterijproductie betekent niet automatisch Europese controle


Volgens Allianz Trade is het niet realistisch om de volledige batterijproductie en bijbehorende technologie naar Europa te halen. In een realistisch scenario kan de Europese batterijproductie in 2035 ongeveer de helft van de eigen vraag dekken. Bovendien verwachten de onderzoekers dat Zuid-Koreaanse en Chinese producenten tussen 2030 en 2035 minstens 70% van de Europese batterijproductiecapaciteit in handen hebben, op basis van de aangekondigde investeringen.


Meer batterijen produceren op Europese bodem betekent dus niet automatisch dat Europa ook zeggenschap krijgt over de achterliggende technologie. De onderzoekers zien daarom meer kansen in investeringen op gebieden waar de technologische ontwikkeling nog volop gaande is.


Daarbij gaat het onder meer om solid-statebatterijen, batterijrecycling, eigen chipontwerp, Europese AI-infrastructuur en autonoom vrachtvervoer. Op deze terreinen kan Europa volgens Allianz Trade werken aan een sterkere technologische positie en een groter aandeel in de toekomstige toegevoegde waarde.

“Europa hoeft niet alles zelf te maken”, zegt Geeroms. “Het gaat erom dat we grip houden op de technologie en een groter deel van de toekomstige toegevoegde waarde hier verdienen. De strijd om de traditionele lithium-ionbatterij volledig zelf te produceren, komt daarvoor simpelweg te laat.”

door blenheim.nl • 15 oktober 2026
Sinds zondag hebben Albert Heijn, Etos en Gall & Gall te maken met een IT-incident. Websites, apps en klantenservices zijn tijdelijk niet beschikbaar en online bestelde boodschappen kunnen niet worden bezorgd. De winkels blijven wel open, maar een belangrijk deel van de dienstverlening ligt stil. De financiële gevolgen
door Rotterdam.nl • 15 oktober 2026
De woningbouw in Rotterdam kan de komende jaren voor een groot deel doorgaan dankzij een besluit van netbeheerder Stedin. Het overgrote merendeel van de woningbouwprojecten die vóór 1 april 2029 van start gaan, krijgt een stroomaansluiting. Dat is belangrijk nu netcongestie, waarbij de vraag naar elektriciteit groter i
door Knab.nl • 14 oktober 2026
De voorgestelde Zelfstandigenwet zorgt voor verdeeldheid onder zzp’ers. Hoewel de wet meer duidelijkheid moet bieden over de beoordeling van zelfstandigheid, vrezen veel ondernemers dat zij hierdoor juist opdrachten mislopen. Uit een peiling van Knab onder 1.068 zzp’ers blijkt dat 53% tegen het wetsvoorstel zou stemmen
door Degelijkedeuren.nl • 14 oktober 2026
Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om klussen in huis zelf uit te voeren in plaats van een vakman in te schakelen. Ruim driekwart vindt vakmensen inmiddels te duur en een op de vier stelt werkzaamheden uit omdat er geen vakman beschikbaar is. Tegelijkertijd maken digitale hulpmiddelen het makkelijker om zelf aan
door cgi.com • 14 oktober 2026
De cyberincidenten bij Carrefour en Albert Heijn laten zien hoe groot de gevolgen van digitale verstoringen voor distributieketens kunnen zijn. Supermarkten en hun leveranciers hebben hun processen de afgelopen jaren steeds efficiënter ingericht. Daarbij zijn ze in toenemende mate afhankelijk geworden van goed
door Vlaanderen.be • 2 oktober 2026
De Vlaamse Regering wijzigt verschillende milieubesluiten naar aanleiding van nieuwe Europese regelgeving over industriële emissies, afvalstoffen en milieugegevens. De wijzigingen zijn voorgesteld door Vlaams minister Jo Brouns en zijn definitief vastgesteld na advies van de Raad van State.
door Ing.nl • 2 oktober 2026
De problemen bij verschillende prefab- en modulebouwers zorgen opnieuw voor discussie over de toekomst van industriële woningbouw. Toch betekent het wegvallen of in zwaar weer komen van enkele woningfabrieken niet automatisch dat het concept van fabrieksmatig bouwen niet werkt. Nu Nederland nog altijd met een
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Vanaf 1 januari 2027 verandert er veel voor huishoudens met zonnepanelen. De salderingsregeling stopt dan volledig. Tot en met 2026 kunnen huishoudens de elektriciteit die zij terugleveren aan het net nog wegstrepen tegen de stroom die zij op andere momenten gebruiken. Vanaf 2027 is dat niet meer mogelijk. Voor teruggeleverde stroom krijgen huishoudens wel een vergoeding van hun energieleverancier. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt de vraag steeds belangrijker of zonnepanelen financieel nog interessant zijn. De aanschafkosten van zonnepanelen zijn de afgelopen jaren gedaald, maar ook de financiële opbrengst van teruggeleverde stroom verandert. Vooral het moment waarop de opgewekte stroom wordt gebruikt, krijgt daardoor meer invloed op het rendement van een zonnepaneelinstallatie. Wat verandert er vanaf 2027? Vanaf 1 januari 2027 mag opgewekte zonnestroom niet meer worden weggestreept tegen het eigen elektriciteitsverbruik. Een huishouden dat overdag veel elektriciteit teruglevert en 's avonds stroom van het net gebruikt, kan die hoeveelheden dus niet meer tegen elkaar wegstrepen. Voor alle elektriciteit die wordt teruggeleverd, ontvangt de eigenaar wel een vergoeding van de energieleverancier. Tot 2030 moet die terugleververgoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Het gaat hierbij om het tarief zonder belastingen. Energieleveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten in rekening brengen. De hoogte daarvan verschilt per leverancier en contract. Waarom worden zonnepanelen minder snel terugverdiend? Het belangrijkste financiële voordeel van zonnepanelen ontstaat wanneer de opgewekte stroom direct in de woning wordt gebruikt. Die elektriciteit hoeft dan niet van het elektriciteitsnet te worden gekocht. Bij het terugleveren aan het net is de vergoeding vanaf 2027 aanzienlijk lager dan de prijs die een huishouden betaalt voor elektriciteit die het van het net afneemt. Volgens Milieu Centraal gebruiken huishoudens gemiddeld ongeveer 30 procent van hun opgewekte zonnestroom direct zelf. De rest wordt teruggeleverd. Wanneer de salderingsregeling verdwijnt, wordt het daarom financieel interessanter om het eigen verbruik te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan het overdag laten draaien van een wasmachine of vaatwasser wanneer de zonnepanelen elektriciteit produceren. Zijn zonnepanelen in 2027 nog rendabel? Zonnepanelen kunnen ook na het verdwijnen van de salderingsregeling financieel voordeel opleveren. De installatie produceert jarenlang elektriciteit die anders van het net zou moeten worden gekocht. Daarnaast zijn zonnepanelen de afgelopen jaren goedkoper geworden. Milieu Centraal rekent met een levensduur van ongeveer 25 jaar en stelt dat zonnepanelen ook zonder salderen binnen die levensduur kunnen worden terugverdiend. De terugverdientijd wordt wel langer dan in de periode waarin volledig kon worden gesaldeerd. De Consumentenbond berekende bijvoorbeeld voor een specifieke installatie van tien zonnepanelen een terugverdientijd van ongeveer 9,3 jaar onder de omstandigheden van het voorbeeld. Na het stoppen van salderen kwam dezelfde berekening uit op ongeveer 16,8 jaar. Dit is geen vaste terugverdientijd voor iedere woning, maar laat wel zien hoe groot het effect van de regeling kan zijn. Hoeveel leveren zonnepanelen vanaf 2027 op? De opbrengst hangt af van het aantal panelen, het vermogen per paneel, de ligging van het dak en de hoeveelheid elektriciteit die een huishouden zelf gebruikt. Milieu Centraal geeft als voorbeeld dat een installatie met tien zonnepanelen van 435 Wp ongeveer 3.800 kWh per jaar kan opwekken. Voor een installatie met tien panelen worden aanschafkosten van ongeveer €3.800 genoemd. Vanaf 2027 bestaat de financiële opbrengst uit twee onderdelen. Een deel van de opgewekte stroom wordt direct in huis gebruikt, waardoor geen elektriciteit hoeft te worden ingekocht. Het andere deel wordt teruggeleverd aan het net en levert een terugleververgoeding op. Terugleverkosten kunnen dat voordeel vervolgens weer gedeeltelijk verminderen. Zelf zonnestroom gebruiken wordt belangrijker Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het steeds belangrijker om elektriciteit te gebruiken op het moment dat de zonnepanelen produceren. Wie overdag thuis veel elektriciteit gebruikt, kan daardoor een groter deel van de opgewekte energie direct benutten. Dit verlaagt de hoeveelheid stroom die aan het net wordt teruggeleverd. Huishoudens kunnen hun verbruik daarom aanpassen aan de momenten waarop de zonnepanelen veel elektriciteit produceren. Een wasmachine, vaatwasser of elektrische auto kan bijvoorbeeld overdag worden gebruikt of opgeladen. Ook slimme apparaten kunnen helpen om het energieverbruik beter af te stemmen op de productie van de zonnepanelen. Wat zijn terugleverkosten? Terugleverkosten zijn kosten die energieleveranciers in rekening kunnen brengen voor elektriciteit die een huishouden met zonnepanelen teruglevert aan het net. De manier waarop deze kosten worden berekend verschilt per leverancier. Sommige leveranciers werken bijvoorbeeld met een bedrag per teruggeleverde kWh, terwijl andere werken met vaste bedragen of verschillende terugleverschalen. Vanaf 2027 wordt het belangrijker om bij het kiezen van een energiecontract naar het volledige plaatje te kijken. Niet alleen de terugleververgoeding is van belang, maar ook de terugleverkosten en het normale leveringstarief. Een hogere vergoeding voor teruggeleverde stroom betekent namelijk niet automatisch dat een contract financieel voordeliger is. Heeft een thuisbatterij dan meer zin? Een thuisbatterij kan een deel van de opgewekte zonnestroom opslaan voor gebruik op een later moment. Daarmee kan een huishouden proberen het eigen verbruik te verhogen. Dit kan vanaf 2027 interessanter worden omdat direct zelf gebruiken financieel aantrekkelijker is dan terugleveren. Een thuisbatterij is echter niet automatisch een rendabele oplossing. De aanschafprijs is relatief hoog en ook een batterij heeft verliezen en een beperkte levensduur. Of een batterij financieel interessant is, hangt daarom af van het energieverbruik, de zonnepanelen, de batterijcapaciteit en het energiecontract. Hoe lang gaan zonnepanelen mee? Een belangrijke factor bij het rendement is de levensduur van de installatie. Zonnepanelen kunnen ongeveer 25 jaar meegaan. Daardoor hoeft de investering niet binnen een paar jaar te zijn terugverdiend om gedurende de volledige levensduur financieel voordeel op te leveren. Wel kan er gedurende die periode onderhoud of vervanging nodig zijn. Een omvormer heeft bijvoorbeeld doorgaans een kortere levensduur dan zonnepanelen zelf. Bij het berekenen van het rendement moet daarom niet alleen naar de aanschafprijs van de panelen worden gekeken, maar ook naar mogelijke kosten gedurende de levensduur van de installatie. Is het in 2027 nog verstandig om zonnepanelen te kopen? Het verdwijnen van de salderingsregeling verandert de financiële berekening, maar maakt zonnepanelen niet automatisch onrendabel. De lagere aanschafprijzen van zonnepanelen en het voordeel van zelf opgewekte elektriciteit blijven belangrijke factoren. Hoe hoger het aandeel zonnestroom dat direct in de woning wordt gebruikt, hoe groter het financiële voordeel per opgewekte kWh. Voor een nieuwe installatie is het daarom vooral belangrijk om niet alleen naar de jaarlijkse productie te kijken. Ook het eigen elektriciteitsverbruik, de ligging van het dak, het energiecontract en de hoeveelheid stroom die direct kan worden gebruikt spelen een rol. Een installatie die goed aansluit bij het verbruik van een woning kan daardoor een andere terugverdientijd hebben dan een vergelijkbare installatie bij een ander huishouden. Wat betekent dit voor bestaande zonnepanelen? Voor huishoudens die al zonnepanelen hebben, verandert de manier waarop de investering financieel voordeel oplevert vanaf 2027. De panelen blijven gewoon elektriciteit produceren, maar teruggeleverde stroom kan niet meer worden gesaldeerd. Het verhogen van het eigen verbruik wordt daardoor belangrijker. Bestaande zonnepaneeleigenaren kunnen daarom kijken naar hun energieverbruik gedurende de dag. Door apparaten zoveel mogelijk te gebruiken wanneer de zonnepanelen produceren, kan meer opgewekte elektriciteit direct worden benut. Daarmee wordt het financiële effect van het einde van de salderingsregeling gedeeltelijk opgevangen. Conclusie Zonnepanelen blijven in 2027 financieel interessant, maar de terugverdientijd wordt over het algemeen langer doordat de salderingsregeling stopt. De eigenaar krijgt nog wel een vergoeding voor teruggeleverde stroom, maar die ligt aanzienlijk lager dan het volledige tarief dat voor afgenomen elektriciteit wordt betaald. Daarnaast kunnen energieleveranciers terugleverkosten rekenen.  Het eigen verbruik wordt daardoor de belangrijkste factor. Wie meer van de opgewekte elektriciteit direct gebruikt, haalt meer financieel voordeel uit de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben bovendien een levensduur van ongeveer 25 jaar, waardoor ook na 2027 nog jarenlang voordeel uit de installatie kan worden gehaald. De precieze terugverdientijd blijft afhankelijk van de aanschafprijs, het energieverbruik, de energieprijzen en de hoeveelheid zonnestroom die wordt teruggeleverd.
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt meestal gekoppeld aan zonnepanelen. De batterij slaat dan overtollige zonnestroom op, zodat die op een later moment in huis kan worden gebruikt. Maar zonnepanelen zijn niet noodzakelijk om een thuisbatterij te gebruiken. Sommige systemen kunnen rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt steeds vaker genoemd als manier om meer zelf opgewekte zonne-energie te gebruiken. Vooral voor huishoudens met zonnepanelen kan een batterij interessant zijn. Overdag leveren zonnepanelen vaak meer elektriciteit dan op dat moment wordt gebruikt. Een thuisbatterij kan die stroom tijdelijk opslaan
Meer posts

Ontvang gratis het laatste nieuws

Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!