Kabinet investeert 18 miljard euro extra in vernieuwing van infrastructuur
Het kabinet trekt 18 miljard euro extra uit voor het onderhoud en de vernieuwing van wegen, bruggen, spoorlijnen en waterwerken. Met deze investering wil het kabinet de Nederlandse infrastructuur weer op orde brengen. Veel bestaande infrastructuur is verouderd en heeft dringend groot onderhoud of vervanging nodig. Omdat het beschikbare budget niet voldoende is om alle plannen uit te voeren, zijn keuzes gemaakt over welke projecten de komende jaren prioriteit krijgen. Veiligheid en het behoud van bestaande infrastructuur staan daarbij voorop.
Volgens minister Karremans is de veroudering van de infrastructuur steeds duidelijker merkbaar. Problemen bij onder meer de Merwedebrug en de Suurhoffbrug laten zien waarom onderhoud en vernieuwing noodzakelijk zijn. Het kabinet wil het beschikbare geld daarom inzetten op de plekken waar de nood het hoogst is. Ook staatssecretaris Bertram benadrukt het belang van betrouwbare en veilige infrastructuur. Naast extra investeringen in spooronderhoud moet het pakket de internationale en regionale bereikbaarheid verbeteren en het spoor beter bestand maken tegen verstoringen.
Veel infrastructuur toe aan groot onderhoud
Een groot deel van de Nederlandse infrastructuur is gebouwd in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Daardoor bereiken veel bruggen, sluizen, gemalen en spoorvoorzieningen inmiddels een leeftijd waarop ingrijpende maatregelen nodig zijn. Staal en beton zijn op sommige plekken sterk verouderd, terwijl sluizen en gemalen steeds vaker met defecten te maken krijgen. Ook wordt het spoornetwerk gevoeliger voor storingen.
Om deze problemen aan te pakken, investeert het kabinet de komende jaren extra in de vervanging, renovatie en het onderhoud van essentiële infrastructuur. Daarbij gaat het onder meer om het gemaal IJmuiden, dat ongeveer vier miljoen mensen tegen wateroverlast beschermt, de Haringvlietbrug, die dagelijks door circa 66.000 mensen wordt gebruikt, en de hogesnelheidslijn (HSL), waar ongeveer 275 internationale treinen per dag overheen rijden.
Ook de uitrol van het Europese treinbeveiligingssysteem ERTMS wordt versneld. Dit systeem moet ervoor zorgen dat reizigers en vervoerders ook na 2040 veilig en betrouwbaar gebruik kunnen blijven maken van het spoor. Met de extra investeringen wil het kabinet niet alleen de huidige infrastructuur verbeteren, maar ook de bereikbaarheid en economische kracht van Nederland op langere termijn ondersteunen.
Keuzes tussen onderhoud, vervanging en nieuwe projecten
De totale opgave is groter dan het beschikbare budget in het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Daardoor kunnen niet alle plannen voor onderhoud, renovatie, vervanging en nieuwe infrastructuur tegelijkertijd worden uitgevoerd. Het kabinet heeft daarom beoordeeld welke onderdelen op korte termijn vervangen moeten worden en welke met maatregelen om de levensduur te verlengen nog langer gebruikt kunnen worden.
Bij deze afweging is gebruikgemaakt van een afweegkader dat met de Tweede Kamer is afgestemd. Ook de aanlegprojecten binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) zijn beoordeeld aan de hand van verschillende wegingsfactoren en het beschikbare budget. Sommige projecten gaan door, terwijl andere voorlopig worden gepauzeerd omdat er onvoldoende geld beschikbaar is of omdat uitvoering op dit moment niet mogelijk is.
Geld voor woningbouw en belangrijke verbindingen
Voor de bereikbaarheid van vier nieuwe grootschalige woningbouwgebieden stelt het kabinet 355 miljoen euro beschikbaar. Het gaat om locaties in Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo/Enschede. Daarnaast blijven de bestaande afspraken over de ontsluiting van woningbouwgebieden van kracht.
Ook verschillende andere infrastructurele projecten krijgen groen licht. Zo worden de aanpak van de A20 tussen Nieuwerkerk en Gouwe, de vaarweg Lemmer-Delfzijl, de aanleg van de Nedersaksenlijn en het Mobiliteitspakket Brainport voortgezet. Binnen dat laatste pakket valt onder meer de aanpak van de spoorknoop Eindhoven. Deze projecten moeten bijdragen aan de bereikbaarheid van woongebieden, economische regio's en belangrijke vervoersverbindingen.
Extra investeringen in regionale bereikbaarheid
Dankzij aanvullende middelen die op Prinsjesdag beschikbaar zijn gekomen voor regionale bereikbaarheid, kunnen ook verschillende regionale projecten doorgaan. Voorbeelden zijn de aanpak van de flessenhals bij spoorknooppunt Meppel, de N35 bij Mariënheem, knooppunt Zaarderheiken op de A67/A76 bij Venlo en de N33 tussen Zuidbroek en Appingedam.
Naast wegen en spoorverbindingen kijkt het kabinet naar de toekomst van het openbaar vervoer en de bereikbaarheid van regio's. Er wordt geïnvesteerd in de weerbaarheid van het spoor en in maatregelen uit het onlangs gepresenteerde Routeplan. Dit plan is gericht op het verbeteren van de regionale bereikbaarheid en het toekomstbestendig maken van het openbaar vervoer, onder meer door publieke mobiliteit. Ook kondigt het kabinet in een aparte brief een onderzoek aan naar het toekomstperspectief van Noord-Nederland en de Lelylijn.
Acht jaar duidelijkheid voor infrastructuurprojecten
Met de gemaakte keuzes wil het kabinet voor de komende acht jaar meer zekerheid bieden aan weggebruikers, treinreizigers, gebruikers van vaarwegen, regionale overheden en bouwbedrijven. Door vooraf duidelijke prioriteiten vast te stellen, moet worden voorkomen dat er tijdens de uitvoering voortdurend geld tussen projecten moet worden verschoven om vertragingen of onverwachte kosten op te vangen.
Daarnaast wil het kabinet infrastructuurprojecten sneller en goedkoper uitvoeren. Daarom worden regels die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering geschrapt. Ook worden projecten waar mogelijk vereenvoudigd en gestandaardiseerd, met de nadruk op wat minimaal nodig is om de infrastructuur goed te laten functioneren. Zo wil het kabinet het beschikbare geld zo efficiënt mogelijk besteden en zoveel mogelijk bruggen, tunnels, spoorlijnen en waterwerken aanpakken.
Onderzoek naar alternatieve financiering
Naast het onderhoud en de vernieuwing van bestaande infrastructuur blijft ook de aanleg van nieuwe wegen en spoorverbindingen belangrijk. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram kijken daarom naar alternatieve manieren om toekomstige infrastructuurprojecten te bekostigen en te financieren.
De komende periode gaat het kabinet met de Tweede Kamer en de regio's in gesprek over de prioriteiten binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Deze gesprekken vinden onder meer plaats tijdens de bestuurlijke overleggen over het MIRT. De financiële verwerking van de gemaakte keuzes volgt bij de Voorjaarsnota.










Ontvang gratis het laatste nieuws
Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!


