Nederlanders blijven jarenlang bij dezelfde internetprovider

Overstappen.nl • 1 oktober 2026

De meeste Nederlanders veranderen niet snel van internetprovider. Uit onderzoek van vergelijkingssite Overstappen.nl blijkt dat 77% van de Nederlanders de afgelopen drie jaar niet is overgestapt. Vooral 55-plussers blijven vaak bij dezelfde aanbieder: 84% van hen veranderde in die periode niet van provider.

Onder jongere Nederlanders ligt de overstapbereidheid hoger. Van de 18- tot 34-jarigen bleef 69% bij dezelfde provider. Ook stappen jongeren die wel veranderen vaker meerdere keren over. 11% van de jongste groep wisselde in drie jaar tijd meer dan één keer van provider, tegenover slechts 2% van de 55-plussers.



Tijd en moeite grootste drempel


De belangrijkste reden om niet van internetprovider te veranderen is voor alle leeftijdsgroepen de verwachting dat een overstap veel tijd en moeite kost. Van de mensen die niet zijn overgestapt, noemt 41% dit als grootste zorg. Bij 55-plussers ligt dit percentage met 44% nog hoger. Bij zowel 18- tot 34-jarigen als 35- tot 54-jarigen noemt 37% dit als reden.


Daarmee lijkt juist de groep die het minst vaak overstapt het meest gevoelig voor het idee dat een overstap ingewikkeld is. Volgens telecomexpert Fleur de Ligt van Overstappen.nl valt het daadwerkelijke proces in de praktijk vaak mee. Een overstapservice kan volgens haar zowel de opzegging bij de oude provider als de aansluiting bij de nieuwe provider regelen.



35- tot 54-jarigen letten op internetkwaliteit


De groep van 35 tot 54 jaar neemt een tussenpositie in als het gaat om overstappen. 30% van deze groep veranderde de afgelopen drie jaar van provider. Bij 18- tot 34-jarigen was dat 31% en bij 55-plussers slechts 16%.


Voor de middengroep speelt vooral de kwaliteit van de internetverbinding een rol. Van alle respondenten maakt 28% zich zorgen over de kwaliteit van het internet na een overstap. Bij 35- tot 54-jarigen ligt dit op 32%, tegenover 26% bij de jongste groep en 25% bij 55-plussers. In deze leeftijdsgroep wonen volgens het onderzoek vaak gezinnen die meerdere apparaten tegelijkertijd met internet verbinden.



Jongeren zijn vooral bang voor hogere kosten


Ook de mogelijke kosten van een overstap spelen mee. Van alle respondenten noemt 21% onverwacht hoge kosten als een zorg. Onder 18- tot 34-jarigen ligt dit aandeel met 24% het hoogst. Bij 35- tot 54-jarigen gaat het om 17% en bij 55-plussers om 23%.


Andere zorgen komen aanzienlijk minder vaak voor. Zo maakt 5,4% van de respondenten zich zorgen over een periode zonder internet. Hetzelfde percentage noemt het mogelijk vastzitten aan een langlopend contract als zorg. Deze punten spelen daarmee bij alle leeftijdsgroepen een kleinere rol dan de verwachte tijd en moeite van een overstap.



Overstapservice moet zorgen wegnemen


Volgens Fleur de Ligt ligt een deel van de terughoudendheid bij consumenten vooral aan het beeld dat een overstap ingewikkeld is. Bij vrijwel iedere overstap kan een overstapservice volgens haar de opzegging bij de oude provider en de aansluiting bij de nieuwe provider regelen. Daardoor hoeft een klant volgens haar niet zonder internet te komen zitten.


De Ligt stelt dat het daarom kan helpen als consumenten beter weten hoe een overstap daadwerkelijk verloopt. Door meer inzicht in het proces kan volgens haar een belangrijke drempel worden weggenomen.



Lang bij dezelfde provider kan duurder uitpakken


Volgens De Ligt kan langdurig bij dezelfde provider blijven ook financiële gevolgen hebben. Mensen die jarenlang niet overstappen, kunnen volgens haar te maken krijgen met meerdere prijsverhogingen van hun bestaande abonnement.


Jongeren wisselen volgens De Ligt vaker van provider en kunnen daardoor vaker gebruikmaken van een instapkorting of een ander tarief. 55-plussers blijven juist langer bij dezelfde aanbieder en kunnen daardoor volgens haar uiteindelijk meer betalen voor hun internetabonnement.

door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Vanaf 1 januari 2027 verandert er veel voor huishoudens met zonnepanelen. De salderingsregeling stopt dan volledig. Tot en met 2026 kunnen huishoudens de elektriciteit die zij terugleveren aan het net nog wegstrepen tegen de stroom die zij op andere momenten gebruiken. Vanaf 2027 is dat niet meer mogelijk. Voor teruggeleverde stroom krijgen huishoudens wel een vergoeding van hun energieleverancier. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt de vraag steeds belangrijker of zonnepanelen financieel nog interessant zijn. De aanschafkosten van zonnepanelen zijn de afgelopen jaren gedaald, maar ook de financiële opbrengst van teruggeleverde stroom verandert. Vooral het moment waarop de opgewekte stroom wordt gebruikt, krijgt daardoor meer invloed op het rendement van een zonnepaneelinstallatie. Wat verandert er vanaf 2027? Vanaf 1 januari 2027 mag opgewekte zonnestroom niet meer worden weggestreept tegen het eigen elektriciteitsverbruik. Een huishouden dat overdag veel elektriciteit teruglevert en 's avonds stroom van het net gebruikt, kan die hoeveelheden dus niet meer tegen elkaar wegstrepen. Voor alle elektriciteit die wordt teruggeleverd, ontvangt de eigenaar wel een vergoeding van de energieleverancier. Tot 2030 moet die terugleververgoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Het gaat hierbij om het tarief zonder belastingen. Energieleveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten in rekening brengen. De hoogte daarvan verschilt per leverancier en contract. Waarom worden zonnepanelen minder snel terugverdiend? Het belangrijkste financiële voordeel van zonnepanelen ontstaat wanneer de opgewekte stroom direct in de woning wordt gebruikt. Die elektriciteit hoeft dan niet van het elektriciteitsnet te worden gekocht. Bij het terugleveren aan het net is de vergoeding vanaf 2027 aanzienlijk lager dan de prijs die een huishouden betaalt voor elektriciteit die het van het net afneemt. Volgens Milieu Centraal gebruiken huishoudens gemiddeld ongeveer 30 procent van hun opgewekte zonnestroom direct zelf. De rest wordt teruggeleverd. Wanneer de salderingsregeling verdwijnt, wordt het daarom financieel interessanter om het eigen verbruik te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan het overdag laten draaien van een wasmachine of vaatwasser wanneer de zonnepanelen elektriciteit produceren. Zijn zonnepanelen in 2027 nog rendabel? Zonnepanelen kunnen ook na het verdwijnen van de salderingsregeling financieel voordeel opleveren. De installatie produceert jarenlang elektriciteit die anders van het net zou moeten worden gekocht. Daarnaast zijn zonnepanelen de afgelopen jaren goedkoper geworden. Milieu Centraal rekent met een levensduur van ongeveer 25 jaar en stelt dat zonnepanelen ook zonder salderen binnen die levensduur kunnen worden terugverdiend. De terugverdientijd wordt wel langer dan in de periode waarin volledig kon worden gesaldeerd. De Consumentenbond berekende bijvoorbeeld voor een specifieke installatie van tien zonnepanelen een terugverdientijd van ongeveer 9,3 jaar onder de omstandigheden van het voorbeeld. Na het stoppen van salderen kwam dezelfde berekening uit op ongeveer 16,8 jaar. Dit is geen vaste terugverdientijd voor iedere woning, maar laat wel zien hoe groot het effect van de regeling kan zijn. Hoeveel leveren zonnepanelen vanaf 2027 op? De opbrengst hangt af van het aantal panelen, het vermogen per paneel, de ligging van het dak en de hoeveelheid elektriciteit die een huishouden zelf gebruikt. Milieu Centraal geeft als voorbeeld dat een installatie met tien zonnepanelen van 435 Wp ongeveer 3.800 kWh per jaar kan opwekken. Voor een installatie met tien panelen worden aanschafkosten van ongeveer €3.800 genoemd. Vanaf 2027 bestaat de financiële opbrengst uit twee onderdelen. Een deel van de opgewekte stroom wordt direct in huis gebruikt, waardoor geen elektriciteit hoeft te worden ingekocht. Het andere deel wordt teruggeleverd aan het net en levert een terugleververgoeding op. Terugleverkosten kunnen dat voordeel vervolgens weer gedeeltelijk verminderen. Zelf zonnestroom gebruiken wordt belangrijker Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het steeds belangrijker om elektriciteit te gebruiken op het moment dat de zonnepanelen produceren. Wie overdag thuis veel elektriciteit gebruikt, kan daardoor een groter deel van de opgewekte energie direct benutten. Dit verlaagt de hoeveelheid stroom die aan het net wordt teruggeleverd. Huishoudens kunnen hun verbruik daarom aanpassen aan de momenten waarop de zonnepanelen veel elektriciteit produceren. Een wasmachine, vaatwasser of elektrische auto kan bijvoorbeeld overdag worden gebruikt of opgeladen. Ook slimme apparaten kunnen helpen om het energieverbruik beter af te stemmen op de productie van de zonnepanelen. Wat zijn terugleverkosten? Terugleverkosten zijn kosten die energieleveranciers in rekening kunnen brengen voor elektriciteit die een huishouden met zonnepanelen teruglevert aan het net. De manier waarop deze kosten worden berekend verschilt per leverancier. Sommige leveranciers werken bijvoorbeeld met een bedrag per teruggeleverde kWh, terwijl andere werken met vaste bedragen of verschillende terugleverschalen. Vanaf 2027 wordt het belangrijker om bij het kiezen van een energiecontract naar het volledige plaatje te kijken. Niet alleen de terugleververgoeding is van belang, maar ook de terugleverkosten en het normale leveringstarief. Een hogere vergoeding voor teruggeleverde stroom betekent namelijk niet automatisch dat een contract financieel voordeliger is. Heeft een thuisbatterij dan meer zin? Een thuisbatterij kan een deel van de opgewekte zonnestroom opslaan voor gebruik op een later moment. Daarmee kan een huishouden proberen het eigen verbruik te verhogen. Dit kan vanaf 2027 interessanter worden omdat direct zelf gebruiken financieel aantrekkelijker is dan terugleveren. Een thuisbatterij is echter niet automatisch een rendabele oplossing. De aanschafprijs is relatief hoog en ook een batterij heeft verliezen en een beperkte levensduur. Of een batterij financieel interessant is, hangt daarom af van het energieverbruik, de zonnepanelen, de batterijcapaciteit en het energiecontract. Hoe lang gaan zonnepanelen mee? Een belangrijke factor bij het rendement is de levensduur van de installatie. Zonnepanelen kunnen ongeveer 25 jaar meegaan. Daardoor hoeft de investering niet binnen een paar jaar te zijn terugverdiend om gedurende de volledige levensduur financieel voordeel op te leveren. Wel kan er gedurende die periode onderhoud of vervanging nodig zijn. Een omvormer heeft bijvoorbeeld doorgaans een kortere levensduur dan zonnepanelen zelf. Bij het berekenen van het rendement moet daarom niet alleen naar de aanschafprijs van de panelen worden gekeken, maar ook naar mogelijke kosten gedurende de levensduur van de installatie. Is het in 2027 nog verstandig om zonnepanelen te kopen? Het verdwijnen van de salderingsregeling verandert de financiële berekening, maar maakt zonnepanelen niet automatisch onrendabel. De lagere aanschafprijzen van zonnepanelen en het voordeel van zelf opgewekte elektriciteit blijven belangrijke factoren. Hoe hoger het aandeel zonnestroom dat direct in de woning wordt gebruikt, hoe groter het financiële voordeel per opgewekte kWh. Voor een nieuwe installatie is het daarom vooral belangrijk om niet alleen naar de jaarlijkse productie te kijken. Ook het eigen elektriciteitsverbruik, de ligging van het dak, het energiecontract en de hoeveelheid stroom die direct kan worden gebruikt spelen een rol. Een installatie die goed aansluit bij het verbruik van een woning kan daardoor een andere terugverdientijd hebben dan een vergelijkbare installatie bij een ander huishouden. Wat betekent dit voor bestaande zonnepanelen? Voor huishoudens die al zonnepanelen hebben, verandert de manier waarop de investering financieel voordeel oplevert vanaf 2027. De panelen blijven gewoon elektriciteit produceren, maar teruggeleverde stroom kan niet meer worden gesaldeerd. Het verhogen van het eigen verbruik wordt daardoor belangrijker. Bestaande zonnepaneeleigenaren kunnen daarom kijken naar hun energieverbruik gedurende de dag. Door apparaten zoveel mogelijk te gebruiken wanneer de zonnepanelen produceren, kan meer opgewekte elektriciteit direct worden benut. Daarmee wordt het financiële effect van het einde van de salderingsregeling gedeeltelijk opgevangen. Conclusie Zonnepanelen blijven in 2027 financieel interessant, maar de terugverdientijd wordt over het algemeen langer doordat de salderingsregeling stopt. De eigenaar krijgt nog wel een vergoeding voor teruggeleverde stroom, maar die ligt aanzienlijk lager dan het volledige tarief dat voor afgenomen elektriciteit wordt betaald. Daarnaast kunnen energieleveranciers terugleverkosten rekenen.  Het eigen verbruik wordt daardoor de belangrijkste factor. Wie meer van de opgewekte elektriciteit direct gebruikt, haalt meer financieel voordeel uit de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben bovendien een levensduur van ongeveer 25 jaar, waardoor ook na 2027 nog jarenlang voordeel uit de installatie kan worden gehaald. De precieze terugverdientijd blijft afhankelijk van de aanschafprijs, het energieverbruik, de energieprijzen en de hoeveelheid zonnestroom die wordt teruggeleverd.
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt meestal gekoppeld aan zonnepanelen. De batterij slaat dan overtollige zonnestroom op, zodat die op een later moment in huis kan worden gebruikt. Maar zonnepanelen zijn niet noodzakelijk om een thuisbatterij te gebruiken. Sommige systemen kunnen rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt steeds vaker genoemd als manier om meer zelf opgewekte zonne-energie te gebruiken. Vooral voor huishoudens met zonnepanelen kan een batterij interessant zijn. Overdag leveren zonnepanelen vaak meer elektriciteit dan op dat moment wordt gebruikt. Een thuisbatterij kan die stroom tijdelijk opslaan
door internetconsultatie.nl • 1 oktober 2026
Het college van Rotterdam heeft de Begroting 2027 gepresenteerd. Het is de eerste begroting van de huidige bestuursperiode en moet de plannen uit het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ vertalen naar concrete maatregelen. De gemeente richt zich daarbij op drie grote thema’s: voldoende woningen, een sterke en groene economie
door Rotterdam.nl • 30 september 2026
Het college van Rotterdam heeft de Begroting 2027 gepresenteerd. Het is de eerste begroting van deze bestuursperiode en vormt een eerste vertaling van het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ naar concrete plannen. De gemeente richt zich daarbij op drie grote doelen: voldoende woningen, een sterke en groene economie en een
door Kivi.nl • 30 september 2026
Een technologisch weerbaar Nederland heeft niet alleen voldoende technische vakmensen nodig, maar ook technische kennis op de plekken waar belangrijke keuzes worden gemaakt. Dat was een belangrijke conclusie tijdens een bijeenkomst van de Netherlands Academy of Engineering (NAE), het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs
door allaboutautomation.nl • 28 september 2026
De Nederlandse editie van all about automation krijgt steeds meer vorm. Voor de eerste editie in Nederland hebben inmiddels ruim 50 exposanten hun deelname bevestigd. De vakbeurs richt zich op industriële automatisering, robotica en digitalisering en wordt op 21 en 22 april 2027 gehouden in de Evenementenhal Gorinchem.
door allianz-trade.nl • 28 september 2026
De hittegolven van afgelopen zomer hebben de Nederlandse economie naar schatting €9,2 miljard aan productie gekost. Daarmee behoort Nederland tot de vijf Europese landen met de grootste economische verliezen door de extreme hitte. Voor 30 Europese landen wordt het totale verlies geschat op €113 miljard. Dat blijkt uit het Allianz Climate Economics Report 2026 van Allianz Trade. De economische schade komt volgens het onderzoek vooral voort uit productiviteitsverlies. Werknemers kunnen bij hoge temperaturen minder produceren, terwijl bedrijven tegelijkertijd te maken krijgen met hogere energiekosten en aanpassingen aan productieprocessen. Nederland staat met €9,2 miljard op de vijfde plaats. Alleen Italië (€27,8 miljard), Duitsland (€25 miljard), Frankrijk (€20,1 miljard) en België (€9,4 miljard) komen hoger uit. Samen zijn deze vijf landen verantwoordelijk voor 81% van de berekende Europese verliezen. Voor de 30 onderzochte landen komt het totale verlies overeen met ongeveer 0,46% van het verwachte gezamenlijke bbp in 2026 . Hitte verlaagt productie per gewerkt uur De schade zit volgens Allianz Trade niet alleen in zichtbare gevolgen zoals mislukte oogsten of beschadigde infrastructuur. Een groot deel ontstaat doordat mensen en productieprocessen minder efficiënt functioneren. Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade, zegt hierover: “Het gaat hierbij niet zozeer om directe, zichtbare schade zoals oogsten die mislukken of schade aan infrastructuur, maar vooral om productiviteitsverlies. Schade die je niet direct ziet.” Bij extreme hitte kunnen werkzaamheden worden uitgesteld en moeten machines of productieprocessen worden aangepast. Hierdoor loopt de economische productie terug zonder dat er noodzakelijkerwijs sprake is van fysieke schade aan een installatie of gebouw. De researchafdeling van Allianz Trade berekende dat de arbeidsproductiviteit bij temperaturen tussen 30 en 35 graden Celsius per extra graad met ongeveer 3% per gewerkt uur afneemt. Koeling verhoogt het energieverbruik De temperatuur heeft daarnaast gevolgen voor de energiehuishouding van bedrijven. Wanneer werkplekken, productielocaties en machines extra moeten worden gekoeld, neemt het energieverbruik toe. Geeroms: “Onze researchafdeling berekende hoeveel de arbeidsproductiviteit bij extreme hitte terugvalt. Per extra graad tussen 30 en 35 graden daalt de productie per gewerkt uur met circa 3%. Tegelijkertijd stijgen de energiekosten door de extra inzet van koel- en klimaatsystemen.” Ook andere factoren kunnen de economische impact vergroten. Zo kunnen lagere waterstanden in rivieren gevolgen hebben voor transport en bedrijfsactiviteiten. De combinatie van lagere productiviteit, hogere energiekosten en verstoringen werkt uiteindelijk door in de winstgevendheid van bedrijven en de koopkracht van huishoudens. Luchtvochtigheid speelt grote rol bij hittestress Niet alleen de temperatuur bepaalt hoe zwaar een hittegolf uitpakt. Allianz Trade onderzocht ook de invloed van luchtvochtigheid. Een hoge luchtvochtigheid kan de gevolgen van langdurige hitte voor de arbeidsproductiviteit versterken. Voor ieder onderzocht land werd gekeken naar de zwaarste periode van vijf opeenvolgende hittedagen tussen juni en augustus 2026 . Daarbij werden zowel temperatuur als luchtvochtigheid meegenomen. Dat zorgt voor verschillen tussen landen. In Hongarije lag de temperatuur tijdens de onderzochte hittepiek bijvoorbeeld hoger dan in Italië. Door de veel hogere luchtvochtigheid was de hittestress in Italië echter groter. Volgens Allianz Trade had de hitte daardoor een negatief effect van 1,19 procentpunt op de Italiaanse economische groei , tegenover 0,51 procentpunt in Hongarije . Voor Nederland wordt het effect geschat op ongeveer 0,7 procentpunt . Geeroms: “Een thermometer vertelt dus maar een deel van het verhaal. Voor bedrijven is vooral van belang hoe zwaar de combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid werknemers en productieprocessen belast. Klimaatrisico raakt productie én kosten Voor bedrijven betekent extreem weer volgens Allianz Trade een risico dat zowel aan de productie- als aan de kostenkant zichtbaar wordt. Naast een lagere arbeidsproductiviteit kunnen ondernemingen te maken krijgen met hogere kosten voor energie, grondstoffen en bedrijfsvoering. Ook verstoringen in logistieke processen kunnen de bedrijfsvoering beïnvloeden. Geeroms stelt daarom dat klimaatrisico steeds meer onderdeel wordt van regulier financieel en operationeel risicomanagement. “Extreem weer verstoort niet alleen de productie, het werkt ook door aan de kostenkant. Dat loopt uiteen van hogere grondstofkosten tot extra energiekosten. Voor ondernemingen wordt het steeds belangrijker om klimaatrisico niet alleen als duurzaamheidsvraagstuk te zien, maar ook als een gewoon bedrijfs- en financieel risico.” El Niño kan prijzen in 2027 verder onder druk zetten De gevolgen van klimaatontwikkelingen kunnen ook na een hittegolf zichtbaar blijven. Volgens het rapport kan een sterke El Niño in 2027 zorgen voor extra inflatiedruk in de Europese Unie. Allianz Trade verwacht in dat scenario gemiddeld 0,31 procentpunt extra inflatie in de EU. Voor voedselprijzen kan de stijging oplopen tot 0,50 procentpunt . De gevolgen verschillen daarbij sterk per land. Volgens Allianz Trade kunnen delen van Noord- en Oost-Europa relatief zwaar worden geraakt. In een scenarioanalyse schat de kredietverzekeraar dat een zeer sterke El Niño wereldwijd ongeveer USD 451 miljard aan economische productie kan kosten. Voor de EU-27 wordt de netto economische schade geschat op ongeveer USD 24 miljard . Investeren in aanpassing moet schade beperken Volgens Allianz Trade laten de klimaatrampen van 2025 en 2026 zien dat preventieve maatregelen belangrijk zijn. Landen die vooraf investeren in preventie, waarschuwingssystemen en financiering zijn volgens het rapport beter voorbereid dan landen die vooral na een ramp investeren in herstel. Ook bedrijven kunnen volgens Geeroms maatregelen nemen om de bedrijfsvoering beter bestand te maken tegen extreme temperaturen. Daarbij kan worden gedacht aan koeling van werkplekken en productielocaties, aangepaste werktijden, alternatieve leveranciers en voldoende financiële buffers . Daarmee verschuift klimaataanpassing volgens Allianz Trade steeds verder van een afzonderlijk duurzaamheidsbeleid naar een onderdeel van de normale bedrijfsvoering en risicobeheersing. De economische gevolgen van extreme hitte worden daarmee niet alleen bepaald door de temperatuur zelf. Vooral de combinatie van hittestress, lagere arbeidsproductiviteit, extra energiegebruik en verstoringen in productie en logistiek bepaalt uiteindelijk hoe groot de schade voor bedrijven en de economie wordt.
door Continews.nl • 25 september 2026
Nederland kan duizenden extra woningen realiseren door bestaande gebouwen uit te breiden met één of meerdere woonlagen. Toch worden deze mogelijkheden nog beperkt benut. Volgens HDO Groep ligt het grootste probleem daarbij niet bij de beschikbare bouwtechniek, maar bij bestuurlijke en juridische voorwaarden.
door Rijksoverheid.nl • 25 september 2026
Vanaf 26 november 2026 veranderen de regels voor het vliegen met drones rond de civiele luchthavens van Schiphol, Rotterdam, Groningen, Maastricht en Lelystad. Door het luchtruim rondom deze vliegvelden anders in te delen, ontstaat in bepaalde gebieden meer ruimte voor dronevluchten. De aanpassing moet veilige
Meer posts

Ontvang gratis het laatste nieuws

Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!